
De Europese Unie onderhandelt over de begroting voor 2028 tot 2034. Nederland hoort bij de Frugal Five: landen die meer betalen dan ze terugkrijgen. Zij willen meer geld voor concurrentiekracht en defensie, maar geen gezamenlijke schulden.
Wat er op tafel ligt
Elke zeven jaar stelt de EU een meerjarenbegroting vast. Die heet officieel het Meerjarig Financieel Kader. De volgende periode loopt van 2028 tot 2034. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen noemt het voorstel het meest ambitieuze tot nu toe. Het totaalbedrag ligt rond de 2 biljoen euro. Dat is ongeveer 1,26 procent van het gezamenlijke inkomen van de lidstaten. Alle 27 landen moeten het eens worden vóór eind 2027. Na een top in juni was er weinig vooruitgang. Alleen een afspraak om in oktober opnieuw te praten over nieuwe inkomsten.
Nieuwe eigen middelen
Ierland neemt binnenkort het voorzitterschap van de EU-Raad over. Dublin moet vlees zetten op het plan voor nieuwe eigen middelen. Dat zijn aparte EU-inkomsten, zodat Brussel niet opnieuw bij de nationale begrotingen hoeft aan te kloppen. Op tafel liggen onder meer opbrengsten uit CO2-rechten, groene heffingen en een winstbelasting voor grote bedrijven. Samen moeten die ongeveer 66 miljard euro opleveren. Zonder die stromen wordt het pakket moeilijk rond te krijgen.
Nederland bij de Frugal Five
De discussie splitst de Unie grotendeels in twee kampen. Aan de ene kant staan de Frugal Five: Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Finland en Zweden. Dat zijn nettobetalers. Zij leggen meer in dan zij terugkrijgen. Nederland betaalde in de vorige periode zo'n 7 miljard euro meer dan het ontving. Duitsland zat op ongeveer 25,5 miljard euro netto. De groep steunt hogere uitgaven voor concurrentiekracht en defensie. Tegelijk wijst zij gezamenlijke schulden af. Ook wil zij niet dat de aflossing van de coronaherstelfonds-leningen wordt uitgesteld. Die leningen beginnen vanaf 2028 af te lossen. Daar staat in het voorstel al zo'n 170 miljard euro voor gereserveerd.
Landbouw en cohesie op de schop
De Frugals steunen ook een grote verbouwing van de begroting. Het landbouwbeleid en het cohesiegeld voor armere regio's zouden samengaan in één nationaal potje per lidstaat. Nu zijn er meer dan 500 plannen. Dat aantal zou naar 27 gaan. Brussel wil zo minder bureaucratie en meer ruimte voor landen zelf. Landbouw zou ongeveer 300 miljard euro krijgen, fors minder dan eerder. Voor armere regio's staat zo'n 220 miljard euro apart. Tegenstanders vinden die bedragen te laag. Voorstanders zeggen dat sneller geld en meer ondernemerschap soms meer helpen dan losse subsidies.
Tegenkamp wil meer steun
Tegenover de Frugals staan de Friends of Cohesion. Dat zijn zestien landen uit Midden-, Oost- en Zuid-Europa. Bijna allemaal krijgen zij meer uit de EU-kas dan zij inleggen. Polen ontving in de vorige periode bijvoorbeeld zo'n 10 miljard euro netto. Deze groep wil juist meer gemeenschappelijke schulden. Zij willen ook minder nadruk op defensie en concurrentiekracht, omdat dat geld weglokt bij landbouw en regiofondsen. Frankrijk en Italië zitten niet netjes in één kamp. Frankrijk krijgt veel landbouwsteun en wil die niet zomaar snijden. Italië klaagt over kortingen voor nettobetalers zoals Nederland en Duitsland.
Waarom dit voor Nederland telt
Voor Nederland gaat het om twee vragen. Ten eerste: hoeveel blijft er netto uit de schatkist naar Brussel gaan? Ten tweede: mag de EU opnieuw samen lenen, zoals tijdens corona? Premier Dick Schoof en andere noordelijke leiders zeggen al langer: geen eurobonds. Tegelijk ziet ook Den Haag dat de wereld is veranderd. Defensie en concurrentiekracht vragen om geld. De vraag is niet alleen hoe groot de begroting wordt. Het gaat ook om waar het geld heen gaat, en of landen ruimte houden om zelf te kiezen. In oktober komt er een nieuwe ronde. Dan blijkt of de Frugal Five en de rest dichter bij elkaar komen.
Gebaseerd op een artikel van FEE: How to Spend It (CC BY 4.0).

