De Nederlandse economie groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 0,6 procent ten opzichte van het eerste kwartaal. Dat blijkt uit de tweede berekening van het CBS. Eerder werd nog 0,4 procent groei gemeld.

De opwaartse bijstelling komt vooral doordat de export, met name van diensten, en de consumptie door huishoudens sterker uitvielen dan bij de eerste raming. Het handelssaldo, de huishoudconsumptie en de overheidsconsumptie droegen het meest bij aan de kwartaalgroei.
Op jaarbasis lag het bbp in het tweede kwartaal 1,6 procent hoger dan een jaar eerder. Het aantal banen van werknemers en zelfstandigen steeg met 15 duizend ten opzichte van het eerste kwartaal. Bij de eerste berekening leek er nog een daling van 8 duizend banen te zijn.
De tweede berekening verschijnt ongeveer 85 dagen na afloop van een kwartaal, wanneer meer broninformatie beschikbaar is. Over de afgelopen vijf jaar week die tweede raming gemiddeld 0,2 procentpunt af van de eerste. Voor bedrijven en huishoudens betekent dit beeld een iets sterkere groei dan eerder werd gedacht, zonder grote omslag.

